Statenvragen worden schriftelijk gesteld door de leden van Provinciale Staten aan het college van Gedeputeerde Staten.

De leden van Provinciale Staten kunnen schriftelijk vragen stellen aan het college van Gedeputeerde Staten. Deze vragen noemen we artikel 44-vragen, genoemd naar het betreffende artikel in het reglement van orde .
Deze vragen dienen binnen een termijn van dertig dagen nadat de vraag is binnengekomen, schriftelijk beantwoord te worden. Vervolgens vindt mondelinge beantwoording plaats in de eerstvolgende statenvergadering.
De leden van Provinciale Staten kunnen schriftelijk inlichtingen inwinnen van het college van Gedeputeerde Staten of van de commissaris van de Koning. Deze vragen noemen we artikel 46-vragen, genoemd naar het betreffende artikel in het reglement van orde.
De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering van Provinciale Staten gegeven, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering van Provinciale Staten, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.
Tijdens de maandelijkse vergadering van Provinciale Staten krijgen de leden gelegenheid om vragen te stellen aan het college van Gedeputeerde Staten. Alle vragen en antwoorden zijn terug te vinden in de notulen in het vergaderoverzicht van de betreffende bijeenkomst.
Heeft u een mening over het onderwerp op deze pagina? Klik hieronder op de knop 'Uw mening over dit onderwerp' om zelf een mening achter te laten. Raadpleeg voor meer informatie de spelregels voor het plaatsen van meningen.
Om deze extra content goed weer te geven, kunt u de benodigde Flash Plugin downloaden.
© Alle rechten voorbehouden
Privacy | Colofon | Emailgedragslijn